Gioachino Rossini: Ouverture from "Guglielmo Tell"

Search Our Site

Universitair Symfonisch Orkest van de KU Leuven
Register
De Italiaanse componist Gioachino Rossini schreef in een periode van vijfentwintig jaar maar liefst veertig opera’s. Deze prestatie bracht hem rijkdom en roem, maar het kostte hem ook zijn gezondheid. Rossini was een echte bon-vivant en fijnproever – niet verwonderlijk dat er dus gerechten naar hem vernoemd zijn zoals de tournedos-Rossini: een biefstuk met ganzenlever en truffels. Na het schrijven van Wilhem Tell, zijn laatste opera, trok hij zich terug om zich in de Franse hoofdstad te vestigen, waar hij in zijn levensavond omringd werd door vrienden en bewonderaars.

Rossini’s ouverture van Wilhelm Tell is net zo afwisselend als de opera zelf. De woelige plot van de opera centreert zich rond de onafhankelijkheidsstrijd tussen de Zwitsers en de Oostenrijkers en het liefdesverhaal tussen – geheel Shakespeariaans – tussen een Zwitserse jonkheer en Oostenrijkse schone. De basis voor Rossini’s opera was het gelijknamige drama van Friedrich Schiller. De held, een Zwitserse patriot, was in de veertiende eeuw aanvoerder in de strijd tegen Oostenrijk. Zowel in het toneelstuk als in de opera vinden we de beroemde episode waarin de sadistische landvoogd Geβler Wilhelm Tell dwingt om met de kruisboog door een appel op het hoofd van zijn zoontje te schieten. Het lukt, tot vreugde en opluchting van Tells landgenoten. Later wordt Geβler door Tell gedood.

De tedere inleiding doet denken aan de ochtendschemering in de Oostenrijkse Alpen (waar het USO net vandaan komt), maar wordt verstoord door een zware onweersbui. Na het duet van de Engelse hoorn en de fluit volgt het trompetgeschal dat de komst van Tell en zijn handlangers aankondigt. In een adembenemende galop komt de ouverture tot een opzwepend einde.
logo